Vervoeging van aanwakkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwakkeren
to fan (a fire), to kindle
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wakker aan
Verleden tijd (ik)wakkerde aan
Voltooid deelwoordaangewakkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwakkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wakker aan
jij wakkert aan (inversie: wakker aan jij)
u wakkert aan
hij/zij/het wakkert aan
wij wakkeren aan
jullie wakkeren aan
zij wakkeren aan

Verleden tijd

ik wakkerde aan
jij wakkerde aan
u wakkerde aan
hij/zij/het wakkerde aan
wij wakkerden aan
jullie wakkerden aan
zij wakkerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwakker
(dat) jij aanwakkert
(dat) u aanwakkert
(dat) hij/zij/het aanwakkert
(dat) wij aanwakkeren
(dat) jullie aanwakkeren
(dat) zij aanwakkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwakkerde
(dat) jij aanwakkerde
(dat) u aanwakkerde
(dat) hij/zij/het aanwakkerde
(dat) wij aanwakkerden
(dat) jullie aanwakkerden
(dat) zij aanwakkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

wakker aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwakkeren

Gerundium

aanwakkeren

Onvoltooid deelwoord

aanwakkerend

Voltooid deelwoord

aangewakkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.