Vervoeging van aanwaaien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwaaien
to arrive by being blown by the wind
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)waai aan
Verleden tijd (ik)waaide aan
Voltooid deelwoordaangewaaid
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwaaien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik waai aan
jij waait aan (inversie: waai aan jij)
u waait aan
hij/zij/het waait aan
wij waaien aan
jullie waaien aan
zij waaien aan

Verleden tijd

ik waaide aan
jij waaide aan
u waaide aan
hij/zij/het waaide aan
wij waaiden aan
jullie waaiden aan
zij waaiden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwaai
(dat) jij aanwaait
(dat) u aanwaait
(dat) hij/zij/het aanwaait
(dat) wij aanwaaien
(dat) jullie aanwaaien
(dat) zij aanwaaien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwaaide
(dat) jij aanwaaide
(dat) u aanwaaide
(dat) hij/zij/het aanwaaide
(dat) wij aanwaaiden
(dat) jullie aanwaaiden
(dat) zij aanwaaiden

Gebiedende wijs

Imperatief

waai aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwaaien

Gerundium

aanwaaien

Onvoltooid deelwoord

aanwaaiend

Voltooid deelwoord

aangewaaid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.