to kindle, to light (a metaphorical fire)
Tegenwoordige tijd (ik)vuur aan
Verleden tijd (ik)vuurde aan
Voltooid deelwoordaangevuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vuur aan
jij vuurt aan (inversie: vuur aan jij)
u vuurt aan
hij/zij/het vuurt aan
wij vuren aan
jullie vuren aan
zij vuren aan
Verleden tijd
ik vuurde aan
jij vuurde aan
u vuurde aan
hij/zij/het vuurde aan
wij vuurden aan
jullie vuurden aan
zij vuurden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanvuur
(dat) jij aanvuurt
(dat) u aanvuurt
(dat) hij/zij/het aanvuurt
(dat) wij aanvuren
(dat) jullie aanvuren
(dat) zij aanvuren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanvuurde
(dat) jij aanvuurde
(dat) u aanvuurde
(dat) hij/zij/het aanvuurde
(dat) wij aanvuurden
(dat) jullie aanvuurden
(dat) zij aanvuurden
Gebiedende wijs
Imperatief
vuur aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanvuren
Gerundium
aanvuren
Onvoltooid deelwoord
aanvurend
Voltooid deelwoord
aangevuurd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.