Vervoeging van aanvullen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvullen
to supplement
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vul aan
Verleden tijd (ik)vulde aan
Voltooid deelwoordaangevuld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvullen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vul aan
jij vult aan (inversie: vul aan jij)
u vult aan
hij/zij/het vult aan
wij vullen aan
jullie vullen aan
zij vullen aan

Verleden tijd

ik vulde aan
jij vulde aan
u vulde aan
hij/zij/het vulde aan
wij vulden aan
jullie vulden aan
zij vulden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvul
(dat) jij aanvult
(dat) u aanvult
(dat) hij/zij/het aanvult
(dat) wij aanvullen
(dat) jullie aanvullen
(dat) zij aanvullen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvulde
(dat) jij aanvulde
(dat) u aanvulde
(dat) hij/zij/het aanvulde
(dat) wij aanvulden
(dat) jullie aanvulden
(dat) zij aanvulden

Gebiedende wijs

Imperatief

vul aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvullen

Gerundium

aanvullen

Onvoltooid deelwoord

aanvullend

Voltooid deelwoord

aangevuld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.