Vervoeging van aanvoelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvoelen
to have feeling for, to sense
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)voel aan
Verleden tijd (ik)voelde aan
Voltooid deelwoordaangevoeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvoelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik voel aan
jij voelt aan (inversie: voel aan jij)
u voelt aan
hij/zij/het voelt aan
wij voelen aan
jullie voelen aan
zij voelen aan

Verleden tijd

ik voelde aan
jij voelde aan
u voelde aan
hij/zij/het voelde aan
wij voelden aan
jullie voelden aan
zij voelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvoel
(dat) jij aanvoelt
(dat) u aanvoelt
(dat) hij/zij/het aanvoelt
(dat) wij aanvoelen
(dat) jullie aanvoelen
(dat) zij aanvoelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvoelde
(dat) jij aanvoelde
(dat) u aanvoelde
(dat) hij/zij/het aanvoelde
(dat) wij aanvoelden
(dat) jullie aanvoelden
(dat) zij aanvoelden

Gebiedende wijs

Imperatief

voel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvoelen

Gerundium

aanvoelen

Onvoltooid deelwoord

aanvoelend

Voltooid deelwoord

aangevoeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.