Vervoeging van aanvoegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvoegen
to join up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)voeg aan
Verleden tijd (ik)voegde aan
Voltooid deelwoordaangevoegd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvoegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik voeg aan
jij voegt aan (inversie: voeg aan jij)
u voegt aan
hij/zij/het voegt aan
wij voegen aan
jullie voegen aan
zij voegen aan

Verleden tijd

ik voegde aan
jij voegde aan
u voegde aan
hij/zij/het voegde aan
wij voegden aan
jullie voegden aan
zij voegden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvoeg
(dat) jij aanvoegt
(dat) u aanvoegt
(dat) hij/zij/het aanvoegt
(dat) wij aanvoegen
(dat) jullie aanvoegen
(dat) zij aanvoegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvoegde
(dat) jij aanvoegde
(dat) u aanvoegde
(dat) hij/zij/het aanvoegde
(dat) wij aanvoegden
(dat) jullie aanvoegden
(dat) zij aanvoegden

Gebiedende wijs

Imperatief

voeg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvoegen

Gerundium

aanvoegen

Onvoltooid deelwoord

aanvoegend

Voltooid deelwoord

aangevoegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.