Vervoeging van aanvliegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvliegen
to fly near, to arrive or approach by flying
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vlieg aan
Verleden tijd (ik)vloog aan
Voltooid deelwoordaangevlogen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvliegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vlieg aan
jij vliegt aan (inversie: vlieg aan jij)
u vliegt aan
hij/zij/het vliegt aan
wij vliegen aan
jullie vliegen aan
zij vliegen aan

Verleden tijd

ik vloog aan
jij vloog aan
u vloog aan
hij/zij/het vloog aan
wij vlogen aan
jullie vlogen aan
zij vlogen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvlieg
(dat) jij aanvliegt
(dat) u aanvliegt
(dat) hij/zij/het aanvliegt
(dat) wij aanvliegen
(dat) jullie aanvliegen
(dat) zij aanvliegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvloog
(dat) jij aanvloog
(dat) u aanvloog
(dat) hij/zij/het aanvloog
(dat) wij aanvlogen
(dat) jullie aanvlogen
(dat) zij aanvlogen

Gebiedende wijs

Imperatief

vlieg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvliegen

Gerundium

aanvliegen

Onvoltooid deelwoord

aanvliegend

Voltooid deelwoord

aangevlogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.