to check (f.e. choices on a form) (not implying elimination of options or objectives)
Tegenwoordige tijd (ik)vink aan
Verleden tijd (ik)vinkte aan
Voltooid deelwoordaangevinkt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvinken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vink aan
jij vinkt aan (inversie: vink aan jij)
u vinkt aan
hij/zij/het vinkt aan
wij vinken aan
jullie vinken aan
zij vinken aan
Verleden tijd
ik vinkte aan
jij vinkte aan
u vinkte aan
hij/zij/het vinkte aan
wij vinkten aan
jullie vinkten aan
zij vinkten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanvink
(dat) jij aanvinkt
(dat) u aanvinkt
(dat) hij/zij/het aanvinkt
(dat) wij aanvinken
(dat) jullie aanvinken
(dat) zij aanvinken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanvinkte
(dat) jij aanvinkte
(dat) u aanvinkte
(dat) hij/zij/het aanvinkte
(dat) wij aanvinkten
(dat) jullie aanvinkten
(dat) zij aanvinkten
Gebiedende wijs
Imperatief
vink aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanvinken
Gerundium
aanvinken
Onvoltooid deelwoord
aanvinkend
Voltooid deelwoord
aangevinkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.