Vervoeging van aanvertrouwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvertrouwen
to entrust
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vertrouw aan
Verleden tijd (ik)vertrouwde aan
Voltooid deelwoordaanvertrouwd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvertrouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vertrouw aan
jij vertrouwt aan (inversie: vertrouw aan jij)
u vertrouwt aan
hij/zij/het vertrouwt aan
wij vertrouwen aan
jullie vertrouwen aan
zij vertrouwen aan

Verleden tijd

ik vertrouwde aan
jij vertrouwde aan
u vertrouwde aan
hij/zij/het vertrouwde aan
wij vertrouwden aan
jullie vertrouwden aan
zij vertrouwden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvertrouw
(dat) jij aanvertrouwt
(dat) u aanvertrouwt
(dat) hij/zij/het aanvertrouwt
(dat) wij aanvertrouwen
(dat) jullie aanvertrouwen
(dat) zij aanvertrouwen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvertrouwde
(dat) jij aanvertrouwde
(dat) u aanvertrouwde
(dat) hij/zij/het aanvertrouwde
(dat) wij aanvertrouwden
(dat) jullie aanvertrouwden
(dat) zij aanvertrouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

vertrouw aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvertrouwen

Gerundium

aanvertrouwen

Onvoltooid deelwoord

aanvertrouwend

Voltooid deelwoord

aanvertrouwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.