Vervoeging van aanvechten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvechten
to contest, to dispute
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vecht aan
Verleden tijd (ik)vocht aan
Voltooid deelwoordaangevochten
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvechten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vecht aan
jij vecht aan
u vecht aan
hij/zij/het vecht aan
wij vechten aan
jullie vechten aan
zij vechten aan

Verleden tijd

ik vocht aan
jij vocht aan
u vocht aan
hij/zij/het vocht aan
wij vochten aan
jullie vochten aan
zij vochten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvecht
(dat) jij aanvecht
(dat) u aanvecht
(dat) hij/zij/het aanvecht
(dat) wij aanvechten
(dat) jullie aanvechten
(dat) zij aanvechten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvocht
(dat) jij aanvocht
(dat) u aanvocht
(dat) hij/zij/het aanvocht
(dat) wij aanvochten
(dat) jullie aanvochten
(dat) zij aanvochten

Gebiedende wijs

Imperatief

vecht aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvechten

Gerundium

aanvechten

Onvoltooid deelwoord

aanvechtend

Voltooid deelwoord

aangevochten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.