Vervoeging van aanvatten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvatten
to hold, to grasp, to take hold of
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vat aan
Verleden tijd (ik)vatte aan
Voltooid deelwoordaangevat
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvatten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vat aan
jij vat aan
u vat aan
hij/zij/het vat aan
wij vatten aan
jullie vatten aan
zij vatten aan

Verleden tijd

ik vatte aan
jij vatte aan
u vatte aan
hij/zij/het vatte aan
wij vatten aan
jullie vatten aan
zij vatten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanvat
(dat) jij aanvat
(dat) u aanvat
(dat) hij/zij/het aanvat
(dat) wij aanvatten
(dat) jullie aanvatten
(dat) zij aanvatten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanvatte
(dat) jij aanvatte
(dat) u aanvatte
(dat) hij/zij/het aanvatte
(dat) wij aanvatten
(dat) jullie aanvatten
(dat) zij aanvatten

Gebiedende wijs

Imperatief

vat aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvatten

Gerundium

aanvatten

Onvoltooid deelwoord

aanvattend

Voltooid deelwoord

aangevat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.