Vervoeging van aanvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanvallen
to attack
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val aan
Verleden tijd (ik)viel aan
Voltooid deelwoordaangevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val aan
jij valt aan (inversie: val aan jij)
u valt aan
hij/zij/het valt aan
wij vallen aan
jullie vallen aan
zij vallen aan

Verleden tijd

ik viel aan
jij viel aan
u viel aan
hij/zij/het viel aan
wij vielen aan
jullie vielen aan
zij vielen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanval
(dat) jij aanvalt
(dat) u aanvalt
(dat) hij/zij/het aanvalt
(dat) wij aanvallen
(dat) jullie aanvallen
(dat) zij aanvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanviel
(dat) jij aanviel
(dat) u aanviel
(dat) hij/zij/het aanviel
(dat) wij aanvielen
(dat) jullie aanvielen
(dat) zij aanvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanvallen

Gerundium

aanvallen

Onvoltooid deelwoord

aanvallend

Voltooid deelwoord

aangevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.