to attract, exert a pulling force (on an object) such as gravity
Tegenwoordige tijd (ik)trek aan
Verleden tijd (ik)trok aan
Voltooid deelwoordaangetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord aantrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik trek aan
jij trekt aan (inversie: trek aan jij)
u trekt aan
hij/zij/het trekt aan
wij trekken aan
jullie trekken aan
zij trekken aan
Verleden tijd
ik trok aan
jij trok aan
u trok aan
hij/zij/het trok aan
wij trokken aan
jullie trokken aan
zij trokken aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aantrek
(dat) jij aantrekt
(dat) u aantrekt
(dat) hij/zij/het aantrekt
(dat) wij aantrekken
(dat) jullie aantrekken
(dat) zij aantrekken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aantrok
(dat) jij aantrok
(dat) u aantrok
(dat) hij/zij/het aantrok
(dat) wij aantrokken
(dat) jullie aantrokken
(dat) zij aantrokken
Gebiedende wijs
Imperatief
trek aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aantrekken
Gerundium
aantrekken
Onvoltooid deelwoord
aantrekkend
Voltooid deelwoord
aangetrokken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.