Vervoeging van aantrekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aantrekken
to attract, exert a pulling force (on an object) such as gravity
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)trek aan
Verleden tijd (ik)trok aan
Voltooid deelwoordaangetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord aantrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trek aan
jij trekt aan (inversie: trek aan jij)
u trekt aan
hij/zij/het trekt aan
wij trekken aan
jullie trekken aan
zij trekken aan

Verleden tijd

ik trok aan
jij trok aan
u trok aan
hij/zij/het trok aan
wij trokken aan
jullie trokken aan
zij trokken aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aantrek
(dat) jij aantrekt
(dat) u aantrekt
(dat) hij/zij/het aantrekt
(dat) wij aantrekken
(dat) jullie aantrekken
(dat) zij aantrekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aantrok
(dat) jij aantrok
(dat) u aantrok
(dat) hij/zij/het aantrok
(dat) wij aantrokken
(dat) jullie aantrokken
(dat) zij aantrokken

Gebiedende wijs

Imperatief

trek aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aantrekken

Gerundium

aantrekken

Onvoltooid deelwoord

aantrekkend

Voltooid deelwoord

aangetrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.