Vervoeging van aantokkelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aantokkelen
to hit (a snare), to pluck, to strum
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tokkel aan
Verleden tijd (ik)tokkelde aan
Voltooid deelwoordaangetokkeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aantokkelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tokkel aan
jij tokkelt aan (inversie: tokkel aan jij)
u tokkelt aan
hij/zij/het tokkelt aan
wij tokkelen aan
jullie tokkelen aan
zij tokkelen aan

Verleden tijd

ik tokkelde aan
jij tokkelde aan
u tokkelde aan
hij/zij/het tokkelde aan
wij tokkelden aan
jullie tokkelden aan
zij tokkelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aantokkel
(dat) jij aantokkelt
(dat) u aantokkelt
(dat) hij/zij/het aantokkelt
(dat) wij aantokkelen
(dat) jullie aantokkelen
(dat) zij aantokkelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aantokkelde
(dat) jij aantokkelde
(dat) u aantokkelde
(dat) hij/zij/het aantokkelde
(dat) wij aantokkelden
(dat) jullie aantokkelden
(dat) zij aantokkelden

Gebiedende wijs

Imperatief

tokkel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aantokkelen

Gerundium

aantokkelen

Onvoltooid deelwoord

aantokkelend

Voltooid deelwoord

aangetokkeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.