Vervoeging van aantijgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « aantijgen »: aantijgen — to accuse (someone or something) of · aantijgen — to put on
aantijgen
to accuse (someone or something) of
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tijg aan
Verleden tijd (ik)teeg aan
Voltooid deelwoordaangetegen
Volledige vervoeging van het werkwoord aantijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tijg aan
jij tijgt aan (inversie: tijg aan jij)
u tijgt aan
hij/zij/het tijgt aan
wij tijgen aan
jullie tijgen aan
zij tijgen aan

Verleden tijd

ik teeg aan
jij teeg aan
u teeg aan
hij/zij/het teeg aan
wij tegen aan
jullie tegen aan
zij tegen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aantijg
(dat) jij aantijgt
(dat) u aantijgt
(dat) hij/zij/het aantijgt
(dat) wij aantijgen
(dat) jullie aantijgen
(dat) zij aantijgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanteeg
(dat) jij aanteeg
(dat) u aanteeg
(dat) hij/zij/het aanteeg
(dat) wij aantegen
(dat) jullie aantegen
(dat) zij aantegen

Gebiedende wijs

Imperatief

tijg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aantijgen

Gerundium

aantijgen

Onvoltooid deelwoord

aantijgend

Voltooid deelwoord

aangetegen
aantijgen
to put on
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tijg aan
Verleden tijd (ik)toog aan
Voltooid deelwoordaangetogen

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tijg aan
jij tijgt aan (inversie: tijg aan jij)
u tijgt aan
hij/zij/het tijgt aan
wij tijgen aan
jullie tijgen aan
zij tijgen aan

Verleden tijd

ik toog aan
jij toog aan
u toog aan
hij/zij/het toog aan
wij togen aan
jullie togen aan
zij togen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aantijg
(dat) jij aantijgt
(dat) u aantijgt
(dat) hij/zij/het aantijgt
(dat) wij aantijgen
(dat) jullie aantijgen
(dat) zij aantijgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aantoog
(dat) jij aantoog
(dat) u aantoog
(dat) hij/zij/het aantoog
(dat) wij aantogen
(dat) jullie aantogen
(dat) zij aantogen

Gebiedende wijs

Imperatief

tijg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aantijgen

Gerundium

aantijgen

Onvoltooid deelwoord

aantijgend

Voltooid deelwoord

aangetogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.