Vervoeging van aansullen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aansullen
to approach in a lackluster, dopey or goofy fashion
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sul aan
Verleden tijd (ik)sulde aan
Voltooid deelwoordaangesuld
Volledige vervoeging van het werkwoord aansullen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sul aan
jij sult aan (inversie: sul aan jij)
u sult aan
hij/zij/het sult aan
wij sullen aan
jullie sullen aan
zij sullen aan

Verleden tijd

ik sulde aan
jij sulde aan
u sulde aan
hij/zij/het sulde aan
wij sulden aan
jullie sulden aan
zij sulden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aansul
(dat) jij aansult
(dat) u aansult
(dat) hij/zij/het aansult
(dat) wij aansullen
(dat) jullie aansullen
(dat) zij aansullen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aansulde
(dat) jij aansulde
(dat) u aansulde
(dat) hij/zij/het aansulde
(dat) wij aansulden
(dat) jullie aansulden
(dat) zij aansulden

Gebiedende wijs

Imperatief

sul aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aansullen

Gerundium

aansullen

Onvoltooid deelwoord

aansullend

Voltooid deelwoord

aangesuld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.