Vervoeging van aansturen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aansturen
to drive (to cause to operate); to control
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stuur aan
Verleden tijd (ik)stuurde aan
Voltooid deelwoordaangestuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord aansturen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stuur aan
jij stuurt aan (inversie: stuur aan jij)
u stuurt aan
hij/zij/het stuurt aan
wij sturen aan
jullie sturen aan
zij sturen aan

Verleden tijd

ik stuurde aan
jij stuurde aan
u stuurde aan
hij/zij/het stuurde aan
wij stuurden aan
jullie stuurden aan
zij stuurden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanstuur
(dat) jij aanstuurt
(dat) u aanstuurt
(dat) hij/zij/het aanstuurt
(dat) wij aansturen
(dat) jullie aansturen
(dat) zij aansturen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanstuurde
(dat) jij aanstuurde
(dat) u aanstuurde
(dat) hij/zij/het aanstuurde
(dat) wij aanstuurden
(dat) jullie aanstuurden
(dat) zij aanstuurden

Gebiedende wijs

Imperatief

stuur aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aansturen

Gerundium

aansturen

Onvoltooid deelwoord

aansturend

Voltooid deelwoord

aangestuurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.