Vervoeging van aanstoken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanstoken
to stoke, to stir up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stook aan
Verleden tijd (ik)stookte aan
Voltooid deelwoordaangestookt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanstoken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stook aan
jij stookt aan (inversie: stook aan jij)
u stookt aan
hij/zij/het stookt aan
wij stoken aan
jullie stoken aan
zij stoken aan

Verleden tijd

ik stookte aan
jij stookte aan
u stookte aan
hij/zij/het stookte aan
wij stookten aan
jullie stookten aan
zij stookten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanstook
(dat) jij aanstookt
(dat) u aanstookt
(dat) hij/zij/het aanstookt
(dat) wij aanstoken
(dat) jullie aanstoken
(dat) zij aanstoken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanstookte
(dat) jij aanstookte
(dat) u aanstookte
(dat) hij/zij/het aanstookte
(dat) wij aanstookten
(dat) jullie aanstookten
(dat) zij aanstookten

Gebiedende wijs

Imperatief

stook aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanstoken

Gerundium

aanstoken

Onvoltooid deelwoord

aanstokend

Voltooid deelwoord

aangestookt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.