Vervoeging van aanstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanstellen
to appoint, to commission, to name for a role
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel aan
Verleden tijd (ik)stelde aan
Voltooid deelwoordaangesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel aan
jij stelt aan (inversie: stel aan jij)
u stelt aan
hij/zij/het stelt aan
wij stellen aan
jullie stellen aan
zij stellen aan

Verleden tijd

ik stelde aan
jij stelde aan
u stelde aan
hij/zij/het stelde aan
wij stelden aan
jullie stelden aan
zij stelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanstel
(dat) jij aanstelt
(dat) u aanstelt
(dat) hij/zij/het aanstelt
(dat) wij aanstellen
(dat) jullie aanstellen
(dat) zij aanstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanstelde
(dat) jij aanstelde
(dat) u aanstelde
(dat) hij/zij/het aanstelde
(dat) wij aanstelden
(dat) jullie aanstelden
(dat) zij aanstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanstellen

Gerundium

aanstellen

Onvoltooid deelwoord

aanstellend

Voltooid deelwoord

aangesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.