Vervoeging van aanstampen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanstampen
to tamp; especially, to stamp/stomp (on soil or a granular fluid) to make it compact
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stamp aan
Verleden tijd (ik)stampte aan
Voltooid deelwoordaangestampt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanstampen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stamp aan
jij stampt aan (inversie: stamp aan jij)
u stampt aan
hij/zij/het stampt aan
wij stampen aan
jullie stampen aan
zij stampen aan

Verleden tijd

ik stampte aan
jij stampte aan
u stampte aan
hij/zij/het stampte aan
wij stampten aan
jullie stampten aan
zij stampten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanstamp
(dat) jij aanstampt
(dat) u aanstampt
(dat) hij/zij/het aanstampt
(dat) wij aanstampen
(dat) jullie aanstampen
(dat) zij aanstampen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanstampte
(dat) jij aanstampte
(dat) u aanstampte
(dat) hij/zij/het aanstampte
(dat) wij aanstampten
(dat) jullie aanstampten
(dat) zij aanstampten

Gebiedende wijs

Imperatief

stamp aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanstampen

Gerundium

aanstampen

Onvoltooid deelwoord

aanstampend

Voltooid deelwoord

aangestampt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.