Vervoeging van aansporen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aansporen
to exhort, to urge, to encourage
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spoor aan
Verleden tijd (ik)spoorde aan
Voltooid deelwoordaangespoord
Volledige vervoeging van het werkwoord aansporen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spoor aan
jij spoort aan (inversie: spoor aan jij)
u spoort aan
hij/zij/het spoort aan
wij sporen aan
jullie sporen aan
zij sporen aan

Verleden tijd

ik spoorde aan
jij spoorde aan
u spoorde aan
hij/zij/het spoorde aan
wij spoorden aan
jullie spoorden aan
zij spoorden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanspoor
(dat) jij aanspoort
(dat) u aanspoort
(dat) hij/zij/het aanspoort
(dat) wij aansporen
(dat) jullie aansporen
(dat) zij aansporen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanspoorde
(dat) jij aanspoorde
(dat) u aanspoorde
(dat) hij/zij/het aanspoorde
(dat) wij aanspoorden
(dat) jullie aanspoorden
(dat) zij aanspoorden

Gebiedende wijs

Imperatief

spoor aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aansporen

Gerundium

aansporen

Onvoltooid deelwoord

aansporend

Voltooid deelwoord

aangespoord

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.