Vervoeging van aanspoelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanspoelen
to drift/wash ashore
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spoel aan
Verleden tijd (ik)spoelde aan
Voltooid deelwoordaangespoeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanspoelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spoel aan
jij spoelt aan (inversie: spoel aan jij)
u spoelt aan
hij/zij/het spoelt aan
wij spoelen aan
jullie spoelen aan
zij spoelen aan

Verleden tijd

ik spoelde aan
jij spoelde aan
u spoelde aan
hij/zij/het spoelde aan
wij spoelden aan
jullie spoelden aan
zij spoelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanspoel
(dat) jij aanspoelt
(dat) u aanspoelt
(dat) hij/zij/het aanspoelt
(dat) wij aanspoelen
(dat) jullie aanspoelen
(dat) zij aanspoelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanspoelde
(dat) jij aanspoelde
(dat) u aanspoelde
(dat) hij/zij/het aanspoelde
(dat) wij aanspoelden
(dat) jullie aanspoelden
(dat) zij aanspoelden

Gebiedende wijs

Imperatief

spoel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanspoelen

Gerundium

aanspoelen

Onvoltooid deelwoord

aanspoelend

Voltooid deelwoord

aangespoeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.