Vervoeging van aanspijkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanspijkeren
to nail fast, to fasten with nails
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spijker aan
Verleden tijd (ik)spijkerde aan
Voltooid deelwoordaangespijkerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanspijkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spijker aan
jij spijkert aan (inversie: spijker aan jij)
u spijkert aan
hij/zij/het spijkert aan
wij spijkeren aan
jullie spijkeren aan
zij spijkeren aan

Verleden tijd

ik spijkerde aan
jij spijkerde aan
u spijkerde aan
hij/zij/het spijkerde aan
wij spijkerden aan
jullie spijkerden aan
zij spijkerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanspijker
(dat) jij aanspijkert
(dat) u aanspijkert
(dat) hij/zij/het aanspijkert
(dat) wij aanspijkeren
(dat) jullie aanspijkeren
(dat) zij aanspijkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanspijkerde
(dat) jij aanspijkerde
(dat) u aanspijkerde
(dat) hij/zij/het aanspijkerde
(dat) wij aanspijkerden
(dat) jullie aanspijkerden
(dat) zij aanspijkerden

Gebiedende wijs

Imperatief

spijker aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanspijkeren

Gerundium

aanspijkeren

Onvoltooid deelwoord

aanspijkerend

Voltooid deelwoord

aangespijkerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.