Vervoeging van aanspannen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanspannen
to stretch, to apply tension to
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)span aan
Verleden tijd (ik)spande aan
Voltooid deelwoordaangespannen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanspannen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik span aan
jij spant aan (inversie: span aan jij)
u spant aan
hij/zij/het spant aan
wij spannen aan
jullie spannen aan
zij spannen aan

Verleden tijd

ik spande aan
jij spande aan
u spande aan
hij/zij/het spande aan
wij spanden aan
jullie spanden aan
zij spanden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanspan
(dat) jij aanspant
(dat) u aanspant
(dat) hij/zij/het aanspant
(dat) wij aanspannen
(dat) jullie aanspannen
(dat) zij aanspannen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanspande
(dat) jij aanspande
(dat) u aanspande
(dat) hij/zij/het aanspande
(dat) wij aanspanden
(dat) jullie aanspanden
(dat) zij aanspanden

Gebiedende wijs

Imperatief

span aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanspannen

Gerundium

aanspannen

Onvoltooid deelwoord

aanspannend

Voltooid deelwoord

aangespannen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.