Vervoeging van aansmeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aansmeren
to palm off (on/to)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)smeer aan
Verleden tijd (ik)smeerde aan
Voltooid deelwoordaangesmeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aansmeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik smeer aan
jij smeert aan (inversie: smeer aan jij)
u smeert aan
hij/zij/het smeert aan
wij smereen aan
jullie smereen aan
zij smereen aan

Verleden tijd

ik smeerde aan
jij smeerde aan
u smeerde aan
hij/zij/het smeerde aan
wij smeerden aan
jullie smeerden aan
zij smeerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aansmeer
(dat) jij aansmeert
(dat) u aansmeert
(dat) hij/zij/het aansmeert
(dat) wij aansmereen
(dat) jullie aansmereen
(dat) zij aansmereen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aansmeerde
(dat) jij aansmeerde
(dat) u aansmeerde
(dat) hij/zij/het aansmeerde
(dat) wij aansmeerden
(dat) jullie aansmeerden
(dat) zij aansmeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

smeer aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aansmereen

Gerundium

aansmereen

Onvoltooid deelwoord

aansmereend

Voltooid deelwoord

aangesmeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.