Vervoeging van aansmelten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aansmelten
to melt together, to fuse together
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)smelt aan
Verleden tijd (ik)smolt aan
Voltooid deelwoordaangesmolten
Volledige vervoeging van het werkwoord aansmelten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik smelt aan
jij smelt aan
u smelt aan
hij/zij/het smelt aan
wij smelten aan
jullie smelten aan
zij smelten aan

Verleden tijd

ik smolt aan
jij smolt aan
u smolt aan
hij/zij/het smolt aan
wij smolten aan
jullie smolten aan
zij smolten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aansmelt
(dat) jij aansmelt
(dat) u aansmelt
(dat) hij/zij/het aansmelt
(dat) wij aansmelten
(dat) jullie aansmelten
(dat) zij aansmelten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aansmolt
(dat) jij aansmolt
(dat) u aansmolt
(dat) hij/zij/het aansmolt
(dat) wij aansmolten
(dat) jullie aansmolten
(dat) zij aansmolten

Gebiedende wijs

Imperatief

smelt aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aansmelten

Gerundium

aansmelten

Onvoltooid deelwoord

aansmeltend

Voltooid deelwoord

aangesmolten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.