to forge together, to forge into one
Tegenwoordige tijd (ik)smeed aan
Verleden tijd (ik)smeedde aan
Voltooid deelwoordaangesmeed
Volledige vervoeging van het werkwoord aansmeden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik smeed aan
jij smeedt aan (inversie: smeed aan jij)
u smeedt aan
hij/zij/het smeedt aan
wij smeden aan
jullie smeden aan
zij smeden aan
Verleden tijd
ik smeedde aan
jij smeedde aan
u smeedde aan
hij/zij/het smeedde aan
wij smeedden aan
jullie smeedden aan
zij smeedden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aansmeed
(dat) jij aansmeedt
(dat) u aansmeedt
(dat) hij/zij/het aansmeedt
(dat) wij aansmeden
(dat) jullie aansmeden
(dat) zij aansmeden
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aansmeedde
(dat) jij aansmeedde
(dat) u aansmeedde
(dat) hij/zij/het aansmeedde
(dat) wij aansmeedden
(dat) jullie aansmeedden
(dat) zij aansmeedden
Gebiedende wijs
Imperatief
smeed aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aansmeden
Gerundium
aansmeden
Onvoltooid deelwoord
aansmedend
Voltooid deelwoord
aangesmeed
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.