to crank up, to wind up
Tegenwoordige tijd (ik)slinger aan
Verleden tijd (ik)slingerde aan
Voltooid deelwoordaangeslingerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanslingeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik slinger aan
jij slingert aan (inversie: slinger aan jij)
u slingert aan
hij/zij/het slingert aan
wij slingeren aan
jullie slingeren aan
zij slingeren aan
Verleden tijd
ik slingerde aan
jij slingerde aan
u slingerde aan
hij/zij/het slingerde aan
wij slingerden aan
jullie slingerden aan
zij slingerden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanslinger
(dat) jij aanslingert
(dat) u aanslingert
(dat) hij/zij/het aanslingert
(dat) wij aanslingeren
(dat) jullie aanslingeren
(dat) zij aanslingeren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanslingerde
(dat) jij aanslingerde
(dat) u aanslingerde
(dat) hij/zij/het aanslingerde
(dat) wij aanslingerden
(dat) jullie aanslingerden
(dat) zij aanslingerden
Gebiedende wijs
Imperatief
slinger aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanslingeren
Gerundium
aanslingeren
Onvoltooid deelwoord
aanslingerend
Voltooid deelwoord
aangeslingerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.