to be expanded or replenished by mud deposits; to form from mud deposits
Tegenwoordige tijd (ik)slijk aan
Verleden tijd (ik)slijkte aan
Voltooid deelwoordaangeslijkt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanslijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik slijk aan
jij slijkt aan (inversie: slijk aan jij)
u slijkt aan
hij/zij/het slijkt aan
wij slijken aan
jullie slijken aan
zij slijken aan
Verleden tijd
ik slijkte aan
jij slijkte aan
u slijkte aan
hij/zij/het slijkte aan
wij slijkten aan
jullie slijkten aan
zij slijkten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanslijk
(dat) jij aanslijkt
(dat) u aanslijkt
(dat) hij/zij/het aanslijkt
(dat) wij aanslijken
(dat) jullie aanslijken
(dat) zij aanslijken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanslijkte
(dat) jij aanslijkte
(dat) u aanslijkte
(dat) hij/zij/het aanslijkte
(dat) wij aanslijkten
(dat) jullie aanslijkten
(dat) zij aanslijkten
Gebiedende wijs
Imperatief
slijk aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanslijken
Gerundium
aanslijken
Onvoltooid deelwoord
aanslijkend
Voltooid deelwoord
aangeslijkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.