Vervoeging van aanslaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanslaan
to strike physically so as to activate or produce an effect
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sla aan
Verleden tijd (ik)sloeg aan
Voltooid deelwoordaangeslagen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanslaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sla aan
jij slaat aan (inversie: sla aan jij)
u slaat aan
hij/zij/het slaat aan
wij slaan aan
jullie slaan aan
zij slaan aan

Verleden tijd

ik sloeg aan
jij sloeg aan
u sloeg aan
hij/zij/het sloeg aan
wij sloegen aan
jullie sloegen aan
zij sloegen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aansla
(dat) jij aanslaat
(dat) u aanslaat
(dat) hij/zij/het aanslaat
(dat) wij aanslaan
(dat) jullie aanslaan
(dat) zij aanslaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aansloeg
(dat) jij aansloeg
(dat) u aansloeg
(dat) hij/zij/het aansloeg
(dat) wij aansloegen
(dat) jullie aansloegen
(dat) zij aansloegen

Gebiedende wijs

Imperatief

sla aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanslaan

Gerundium

aanslaan

Onvoltooid deelwoord

aanslaand

Voltooid deelwoord

aangeslagen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.