to shove closer (a chair to a table in order to eat for example); to shove into the proper position, to shove into alignment
Tegenwoordige tijd (ik)schuif aan
Verleden tijd (ik)schoof aan
Voltooid deelwoordaangeschoven
Volledige vervoeging van het werkwoord aanschuiven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schuif aan
jij schuift aan (inversie: schuif aan jij)
u schuift aan
hij/zij/het schuift aan
wij schuiven aan
jullie schuiven aan
zij schuiven aan
Verleden tijd
ik schoof aan
jij schoof aan
u schoof aan
hij/zij/het schoof aan
wij schoven aan
jullie schoven aan
zij schoven aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanschuif
(dat) jij aanschuift
(dat) u aanschuift
(dat) hij/zij/het aanschuift
(dat) wij aanschuiven
(dat) jullie aanschuiven
(dat) zij aanschuiven
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanschoof
(dat) jij aanschoof
(dat) u aanschoof
(dat) hij/zij/het aanschoof
(dat) wij aanschoven
(dat) jullie aanschoven
(dat) zij aanschoven
Gebiedende wijs
Imperatief
schuif aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanschuiven
Gerundium
aanschuiven
Onvoltooid deelwoord
aanschuivend
Voltooid deelwoord
aangeschoven
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.