to shout on, to persist with shouting
Tegenwoordige tijd (ik)schreeuw aan
Verleden tijd (ik)schreeuwde aan
Voltooid deelwoordaangeschreeuwd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanschreeuwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schreeuw aan
jij schreeuwt aan (inversie: schreeuw aan jij)
u schreeuwt aan
hij/zij/het schreeuwt aan
wij schreeuwen aan
jullie schreeuwen aan
zij schreeuwen aan
Verleden tijd
ik schreeuwde aan
jij schreeuwde aan
u schreeuwde aan
hij/zij/het schreeuwde aan
wij schreeuwden aan
jullie schreeuwden aan
zij schreeuwden aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanschreeuw
(dat) jij aanschreeuwt
(dat) u aanschreeuwt
(dat) hij/zij/het aanschreeuwt
(dat) wij aanschreeuwen
(dat) jullie aanschreeuwen
(dat) zij aanschreeuwen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanschreeuwde
(dat) jij aanschreeuwde
(dat) u aanschreeuwde
(dat) hij/zij/het aanschreeuwde
(dat) wij aanschreeuwden
(dat) jullie aanschreeuwden
(dat) zij aanschreeuwden
Gebiedende wijs
Imperatief
schreeuw aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanschreeuwen
Gerundium
aanschreeuwen
Onvoltooid deelwoord
aanschreeuwend
Voltooid deelwoord
aangeschreeuwd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.