Vervoeging van aanscherpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanscherpen
to sharpen
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)scherp aan
Verleden tijd (ik)scherpte aan
Voltooid deelwoordaangescherpt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanscherpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik scherp aan
jij scherpt aan (inversie: scherp aan jij)
u scherpt aan
hij/zij/het scherpt aan
wij scherpen aan
jullie scherpen aan
zij scherpen aan

Verleden tijd

ik scherpte aan
jij scherpte aan
u scherpte aan
hij/zij/het scherpte aan
wij scherpten aan
jullie scherpten aan
zij scherpten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanscherp
(dat) jij aanscherpt
(dat) u aanscherpt
(dat) hij/zij/het aanscherpt
(dat) wij aanscherpen
(dat) jullie aanscherpen
(dat) zij aanscherpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanscherpte
(dat) jij aanscherpte
(dat) u aanscherpte
(dat) hij/zij/het aanscherpte
(dat) wij aanscherpten
(dat) jullie aanscherpten
(dat) zij aanscherpten

Gebiedende wijs

Imperatief

scherp aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanscherpen

Gerundium

aanscherpen

Onvoltooid deelwoord

aanscherpend

Voltooid deelwoord

aangescherpt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.