Vervoeging van aanschakelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanschakelen
to turn on, to switch on, to activate, to enable (a machine or a device)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schakel aan
Verleden tijd (ik)schakelde aan
Voltooid deelwoordaangeschakeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanschakelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schakel aan
jij schakelt aan (inversie: schakel aan jij)
u schakelt aan
hij/zij/het schakelt aan
wij schakelen aan
jullie schakelen aan
zij schakelen aan

Verleden tijd

ik schakelde aan
jij schakelde aan
u schakelde aan
hij/zij/het schakelde aan
wij schakelden aan
jullie schakelden aan
zij schakelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanschakel
(dat) jij aanschakelt
(dat) u aanschakelt
(dat) hij/zij/het aanschakelt
(dat) wij aanschakelen
(dat) jullie aanschakelen
(dat) zij aanschakelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanschakelde
(dat) jij aanschakelde
(dat) u aanschakelde
(dat) hij/zij/het aanschakelde
(dat) wij aanschakelden
(dat) jullie aanschakelden
(dat) zij aanschakelden

Gebiedende wijs

Imperatief

schakel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanschakelen

Gerundium

aanschakelen

Onvoltooid deelwoord

aanschakelend

Voltooid deelwoord

aangeschakeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.