Vervoeging van aanroeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanroeren
to touch, to stir
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)roer aan
Verleden tijd (ik)roerde aan
Voltooid deelwoordaangeroerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanroeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik roer aan
jij roert aan (inversie: roer aan jij)
u roert aan
hij/zij/het roert aan
wij roeren aan
jullie roeren aan
zij roeren aan

Verleden tijd

ik roerde aan
jij roerde aan
u roerde aan
hij/zij/het roerde aan
wij roerden aan
jullie roerden aan
zij roerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanroer
(dat) jij aanroert
(dat) u aanroert
(dat) hij/zij/het aanroert
(dat) wij aanroeren
(dat) jullie aanroeren
(dat) zij aanroeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanroerde
(dat) jij aanroerde
(dat) u aanroerde
(dat) hij/zij/het aanroerde
(dat) wij aanroerden
(dat) jullie aanroerden
(dat) zij aanroerden

Gebiedende wijs

Imperatief

roer aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanroeren

Gerundium

aanroeren

Onvoltooid deelwoord

aanroerend

Voltooid deelwoord

aangeroerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.