Vervoeging van aanrekenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanrekenen
to charge, to hold accountable or responsible for
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)reken aan
Verleden tijd (ik)rekende aan
Voltooid deelwoordaangerekend
Volledige vervoeging van het werkwoord aanrekenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik reken aan
jij rekent aan (inversie: reken aan jij)
u rekent aan
hij/zij/het rekent aan
wij rekenen aan
jullie rekenen aan
zij rekenen aan

Verleden tijd

ik rekende aan
jij rekende aan
u rekende aan
hij/zij/het rekende aan
wij rekenden aan
jullie rekenden aan
zij rekenden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanreken
(dat) jij aanrekent
(dat) u aanrekent
(dat) hij/zij/het aanrekent
(dat) wij aanrekenen
(dat) jullie aanrekenen
(dat) zij aanrekenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanrekende
(dat) jij aanrekende
(dat) u aanrekende
(dat) hij/zij/het aanrekende
(dat) wij aanrekenden
(dat) jullie aanrekenden
(dat) zij aanrekenden

Gebiedende wijs

Imperatief

reken aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanrekenen

Gerundium

aanrekenen

Onvoltooid deelwoord

aanrekenend

Voltooid deelwoord

aangerekend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.