Vervoeging van aanreiken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanreiken
to pass, to hand over
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)reik aan
Verleden tijd (ik)reikte aan
Voltooid deelwoordaangereikt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanreiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik reik aan
jij reikt aan (inversie: reik aan jij)
u reikt aan
hij/zij/het reikt aan
wij reiken aan
jullie reiken aan
zij reiken aan

Verleden tijd

ik reikte aan
jij reikte aan
u reikte aan
hij/zij/het reikte aan
wij reikten aan
jullie reikten aan
zij reikten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanreik
(dat) jij aanreikt
(dat) u aanreikt
(dat) hij/zij/het aanreikt
(dat) wij aanreiken
(dat) jullie aanreiken
(dat) zij aanreiken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanreikte
(dat) jij aanreikte
(dat) u aanreikte
(dat) hij/zij/het aanreikte
(dat) wij aanreikten
(dat) jullie aanreikten
(dat) zij aanreikten

Gebiedende wijs

Imperatief

reik aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanreiken

Gerundium

aanreiken

Onvoltooid deelwoord

aanreikend

Voltooid deelwoord

aangereikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.