Vervoeging van aanranden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanranden
to assault sexually, to commit severe physical sexual violence against
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)rand aan
Verleden tijd (ik)randde aan
Voltooid deelwoordaangerand
Volledige vervoeging van het werkwoord aanranden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rand aan
jij randt aan (inversie: rand aan jij)
u randt aan
hij/zij/het randt aan
wij randen aan
jullie randen aan
zij randen aan

Verleden tijd

ik randde aan
jij randde aan
u randde aan
hij/zij/het randde aan
wij randden aan
jullie randden aan
zij randden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanrand
(dat) jij aanrandt
(dat) u aanrandt
(dat) hij/zij/het aanrandt
(dat) wij aanranden
(dat) jullie aanranden
(dat) zij aanranden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanrandde
(dat) jij aanrandde
(dat) u aanrandde
(dat) hij/zij/het aanrandde
(dat) wij aanrandden
(dat) jullie aanrandden
(dat) zij aanrandden

Gebiedende wijs

Imperatief

rand aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanranden

Gerundium

aanranden

Onvoltooid deelwoord

aanrandend

Voltooid deelwoord

aangerand

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.