to touch
Tegenwoordige tijd (ik)raak aan
Verleden tijd (ik)raakte aan
Voltooid deelwoordaangeraakt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanraken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik raak aan
jij raakt aan (inversie: raak aan jij)
u raakt aan
hij/zij/het raakt aan
wij raken aan
jullie raken aan
zij raken aan
Verleden tijd
ik raakte aan
jij raakte aan
u raakte aan
hij/zij/het raakte aan
wij raakten aan
jullie raakten aan
zij raakten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanraak
(dat) jij aanraakt
(dat) u aanraakt
(dat) hij/zij/het aanraakt
(dat) wij aanraken
(dat) jullie aanraken
(dat) zij aanraken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanraakte
(dat) jij aanraakte
(dat) u aanraakte
(dat) hij/zij/het aanraakte
(dat) wij aanraakten
(dat) jullie aanraakten
(dat) zij aanraakten
Gebiedende wijs
Imperatief
raak aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanraken
Gerundium
aanraken
Onvoltooid deelwoord
aanrakend
Voltooid deelwoord
aangeraakt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.