Vervoeging van aanpassen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanpassen
to change, adjust
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)pas aan
Verleden tijd (ik)paste aan
Voltooid deelwoordaangepast
Volledige vervoeging van het werkwoord aanpassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pas aan
jij past aan (inversie: pas aan jij)
u past aan
hij/zij/het past aan
wij passen aan
jullie passen aan
zij passen aan

Verleden tijd

ik paste aan
jij paste aan
u paste aan
hij/zij/het paste aan
wij pasten aan
jullie pasten aan
zij pasten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanpas
(dat) jij aanpast
(dat) u aanpast
(dat) hij/zij/het aanpast
(dat) wij aanpassen
(dat) jullie aanpassen
(dat) zij aanpassen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanpaste
(dat) jij aanpaste
(dat) u aanpaste
(dat) hij/zij/het aanpaste
(dat) wij aanpasten
(dat) jullie aanpasten
(dat) zij aanpasten

Gebiedende wijs

Imperatief

pas aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanpassen

Gerundium

aanpassen

Onvoltooid deelwoord

aanpassend

Voltooid deelwoord

aangepast

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.