to make conversation, to start a conversation, to get in touch
Tegenwoordige tijd (ik)pap aan
Verleden tijd (ik)papte aan
Voltooid deelwoordaangepapt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanpappen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik pap aan
jij papt aan (inversie: pap aan jij)
u papt aan
hij/zij/het papt aan
wij pappen aan
jullie pappen aan
zij pappen aan
Verleden tijd
ik papte aan
jij papte aan
u papte aan
hij/zij/het papte aan
wij papten aan
jullie papten aan
zij papten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanpap
(dat) jij aanpapt
(dat) u aanpapt
(dat) hij/zij/het aanpapt
(dat) wij aanpappen
(dat) jullie aanpappen
(dat) zij aanpappen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanpapte
(dat) jij aanpapte
(dat) u aanpapte
(dat) hij/zij/het aanpapte
(dat) wij aanpapten
(dat) jullie aanpapten
(dat) zij aanpapten
Gebiedende wijs
Imperatief
pap aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanpappen
Gerundium
aanpappen
Onvoltooid deelwoord
aanpappend
Voltooid deelwoord
aangepapt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.