to take, to hold, to take over (when something is handed over)
Tegenwoordige tijd (ik)pak aan
Verleden tijd (ik)pakte aan
Voltooid deelwoordaangepakt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanpakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik pak aan
jij pakt aan (inversie: pak aan jij)
u pakt aan
hij/zij/het pakt aan
wij pakken aan
jullie pakken aan
zij pakken aan
Verleden tijd
ik pakte aan
jij pakte aan
u pakte aan
hij/zij/het pakte aan
wij pakten aan
jullie pakten aan
zij pakten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanpak
(dat) jij aanpakt
(dat) u aanpakt
(dat) hij/zij/het aanpakt
(dat) wij aanpakken
(dat) jullie aanpakken
(dat) zij aanpakken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanpakte
(dat) jij aanpakte
(dat) u aanpakte
(dat) hij/zij/het aanpakte
(dat) wij aanpakten
(dat) jullie aanpakten
(dat) zij aanpakten
Gebiedende wijs
Imperatief
pak aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanpakken
Gerundium
aanpakken
Onvoltooid deelwoord
aanpakkend
Voltooid deelwoord
aangepakt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.