Vervoeging van aannopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aannopen
to motivate, to spur, to incite
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)noop aan
Verleden tijd (ik)noopte aan
Voltooid deelwoordaangenoopt
Volledige vervoeging van het werkwoord aannopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik noop aan
jij noopt aan (inversie: noop aan jij)
u noopt aan
hij/zij/het noopt aan
wij nopen aan
jullie nopen aan
zij nopen aan

Verleden tijd

ik noopte aan
jij noopte aan
u noopte aan
hij/zij/het noopte aan
wij noopten aan
jullie noopten aan
zij noopten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aannoop
(dat) jij aannoopt
(dat) u aannoopt
(dat) hij/zij/het aannoopt
(dat) wij aannopen
(dat) jullie aannopen
(dat) zij aannopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aannoopte
(dat) jij aannoopte
(dat) u aannoopte
(dat) hij/zij/het aannoopte
(dat) wij aannoopten
(dat) jullie aannoopten
(dat) zij aannoopten

Gebiedende wijs

Imperatief

noop aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aannopen

Gerundium

aannopen

Onvoltooid deelwoord

aannopend

Voltooid deelwoord

aangenoopt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.