Vervoeging van aannaderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aannaderen
to approach, to come near
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)nader aan
Verleden tijd (ik)naderde aan
Voltooid deelwoordaangenaderd
Volledige vervoeging van het werkwoord aannaderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik nader aan
jij nadert aan (inversie: nader aan jij)
u nadert aan
hij/zij/het nadert aan
wij naderen aan
jullie naderen aan
zij naderen aan

Verleden tijd

ik naderde aan
jij naderde aan
u naderde aan
hij/zij/het naderde aan
wij naderden aan
jullie naderden aan
zij naderden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aannader
(dat) jij aannadert
(dat) u aannadert
(dat) hij/zij/het aannadert
(dat) wij aannaderen
(dat) jullie aannaderen
(dat) zij aannaderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aannaderde
(dat) jij aannaderde
(dat) u aannaderde
(dat) hij/zij/het aannaderde
(dat) wij aannaderden
(dat) jullie aannaderden
(dat) zij aannaderden

Gebiedende wijs

Imperatief

nader aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aannaderen

Gerundium

aannaderen

Onvoltooid deelwoord

aannaderend

Voltooid deelwoord

aangenaderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.