Vervoeging van aanmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanmaken
to produce on a large scale, to manufacture (often to have things in stock)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak aan
Verleden tijd (ik)maakte aan
Voltooid deelwoordaangemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak aan
jij maakt aan (inversie: maak aan jij)
u maakt aan
hij/zij/het maakt aan
wij maken aan
jullie maken aan
zij maken aan

Verleden tijd

ik maakte aan
jij maakte aan
u maakte aan
hij/zij/het maakte aan
wij maakten aan
jullie maakten aan
zij maakten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanmaak
(dat) jij aanmaakt
(dat) u aanmaakt
(dat) hij/zij/het aanmaakt
(dat) wij aanmaken
(dat) jullie aanmaken
(dat) zij aanmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanmaakte
(dat) jij aanmaakte
(dat) u aanmaakte
(dat) hij/zij/het aanmaakte
(dat) wij aanmaakten
(dat) jullie aanmaakten
(dat) zij aanmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanmaken

Gerundium

aanmaken

Onvoltooid deelwoord

aanmakend

Voltooid deelwoord

aangemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.