to produce on a large scale, to manufacture (often to have things in stock)
Tegenwoordige tijd (ik)maak aan
Verleden tijd (ik)maakte aan
Voltooid deelwoordaangemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik maak aan
jij maakt aan (inversie: maak aan jij)
u maakt aan
hij/zij/het maakt aan
wij maken aan
jullie maken aan
zij maken aan
Verleden tijd
ik maakte aan
jij maakte aan
u maakte aan
hij/zij/het maakte aan
wij maakten aan
jullie maakten aan
zij maakten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanmaak
(dat) jij aanmaakt
(dat) u aanmaakt
(dat) hij/zij/het aanmaakt
(dat) wij aanmaken
(dat) jullie aanmaken
(dat) zij aanmaken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanmaakte
(dat) jij aanmaakte
(dat) u aanmaakte
(dat) hij/zij/het aanmaakte
(dat) wij aanmaakten
(dat) jullie aanmaakten
(dat) zij aanmaakten
Gebiedende wijs
Imperatief
maak aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanmaken
Gerundium
aanmaken
Onvoltooid deelwoord
aanmakend
Voltooid deelwoord
aangemaakt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.