Vervoeging van aanlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanlopen
to encounter, meet
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop aan
Verleden tijd (ik)liep aan
Voltooid deelwoordaangelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop aan
jij loopt aan (inversie: loop aan jij)
u loopt aan
hij/zij/het loopt aan
wij lopen aan
jullie lopen aan
zij lopen aan

Verleden tijd

ik liep aan
jij liep aan
u liep aan
hij/zij/het liep aan
wij liepen aan
jullie liepen aan
zij liepen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanloop
(dat) jij aanloopt
(dat) u aanloopt
(dat) hij/zij/het aanloopt
(dat) wij aanlopen
(dat) jullie aanlopen
(dat) zij aanlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanliep
(dat) jij aanliep
(dat) u aanliep
(dat) hij/zij/het aanliep
(dat) wij aanliepen
(dat) jullie aanliepen
(dat) zij aanliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanlopen

Gerundium

aanlopen

Onvoltooid deelwoord

aanlopend

Voltooid deelwoord

aangelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.