Vervoeging van aanlonken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanlonken
synonym of toelonken
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lonk aan
Verleden tijd (ik)lonkte aan
Voltooid deelwoordaangelonkt
Volledige vervoeging van het werkwoord aanlonken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lonk aan
jij lonkt aan (inversie: lonk aan jij)
u lonkt aan
hij/zij/het lonkt aan
wij lonken aan
jullie lonken aan
zij lonken aan

Verleden tijd

ik lonkte aan
jij lonkte aan
u lonkte aan
hij/zij/het lonkte aan
wij lonkten aan
jullie lonkten aan
zij lonkten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanlonk
(dat) jij aanlonkt
(dat) u aanlonkt
(dat) hij/zij/het aanlonkt
(dat) wij aanlonken
(dat) jullie aanlonken
(dat) zij aanlonken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanlonkte
(dat) jij aanlonkte
(dat) u aanlonkte
(dat) hij/zij/het aanlonkte
(dat) wij aanlonkten
(dat) jullie aanlonkten
(dat) zij aanlonkten

Gebiedende wijs

Imperatief

lonk aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanlonken

Gerundium

aanlonken

Onvoltooid deelwoord

aanlonkend

Voltooid deelwoord

aangelonkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.