Vervoeging van aanlijmen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanlijmen
to affix by means of gluing, to glue on
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lijm aan
Verleden tijd (ik)lijmde aan
Voltooid deelwoordaangelijmd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanlijmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lijm aan
jij lijmt aan (inversie: lijm aan jij)
u lijmt aan
hij/zij/het lijmt aan
wij lijmen aan
jullie lijmen aan
zij lijmen aan

Verleden tijd

ik lijmde aan
jij lijmde aan
u lijmde aan
hij/zij/het lijmde aan
wij lijmden aan
jullie lijmden aan
zij lijmden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanlijm
(dat) jij aanlijmt
(dat) u aanlijmt
(dat) hij/zij/het aanlijmt
(dat) wij aanlijmen
(dat) jullie aanlijmen
(dat) zij aanlijmen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanlijmde
(dat) jij aanlijmde
(dat) u aanlijmde
(dat) hij/zij/het aanlijmde
(dat) wij aanlijmden
(dat) jullie aanlijmden
(dat) zij aanlijmden

Gebiedende wijs

Imperatief

lijm aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanlijmen

Gerundium

aanlijmen

Onvoltooid deelwoord

aanlijmend

Voltooid deelwoord

aangelijmd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.