to begin to shine, to break (of dawn), to dawn
Tegenwoordige tijd (ik)licht aan
Verleden tijd (ik)lichtte aan
Voltooid deelwoordaangelicht
Volledige vervoeging van het werkwoord aanlichten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik licht aan
jij licht aan
u licht aan
hij/zij/het licht aan
wij lichten aan
jullie lichten aan
zij lichten aan
Verleden tijd
ik lichtte aan
jij lichtte aan
u lichtte aan
hij/zij/het lichtte aan
wij lichtten aan
jullie lichtten aan
zij lichtten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanlicht
(dat) jij aanlicht
(dat) u aanlicht
(dat) hij/zij/het aanlicht
(dat) wij aanlichten
(dat) jullie aanlichten
(dat) zij aanlichten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanlichtte
(dat) jij aanlichtte
(dat) u aanlichtte
(dat) hij/zij/het aanlichtte
(dat) wij aanlichtten
(dat) jullie aanlichtten
(dat) zij aanlichtten
Gebiedende wijs
Imperatief
licht aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanlichten
Gerundium
aanlichten
Onvoltooid deelwoord
aanlichtend
Voltooid deelwoord
aangelicht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.