Vervoeging van aanleggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanleggen
to set up, lay out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leg aan
Verleden tijd (ik)legde aan
Voltooid deelwoordaangelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leg aan
jij legt aan (inversie: leg aan jij)
u legt aan
hij/zij/het legt aan
wij leggen aan
jullie leggen aan
zij leggen aan

Verleden tijd

ik legde aan
jij legde aan
u legde aan
hij/zij/het legde aan
wij legden aan
jullie legden aan
zij legden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanleg
(dat) jij aanlegt
(dat) u aanlegt
(dat) hij/zij/het aanlegt
(dat) wij aanleggen
(dat) jullie aanleggen
(dat) zij aanleggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanlegde
(dat) jij aanlegde
(dat) u aanlegde
(dat) hij/zij/het aanlegde
(dat) wij aanlegden
(dat) jullie aanlegden
(dat) zij aanlegden

Gebiedende wijs

Imperatief

leg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanleggen

Gerundium

aanleggen

Onvoltooid deelwoord

aanleggend

Voltooid deelwoord

aangelegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.